Discussie

Moderne redelijkheid en christelijk geloof

Discussie geopend op 29 augustus 2008

Hoe steekhoudend is eigentijdse theologie? De afgelopen maanden werd Nico den Bok bij twee verschillende gelegenheden gevraagd te schrijven over de rol van de ratio in het nadenken over God. Op deze site vindt u beide artikelen.

Utrechtse School

Domkerk Utrecht

Het Bulletin voor Charismatische theologie bracht in april een themanummer uit over de vraag hoe redelijk het is om te geloven. De redactie vroeg Nico Den Bok in dat nummer iets te vertellen over de ‘Utrechtse school’. De Utrechtse theologiebeoefening heeft de naam op te komen voor rationaliteit in het denken over God.

Aangezien mensen die zo’n vijftien jaar geleden tot die school gerekend werden sindsdien ook eigen wegen zijn gegaan, kon dit verzoek alleen beantwoord worden met een vergelijkende tekening van posities. Gijsbert van den Brink, inmiddels universitair hoofddocent aan de VU en bijzonder hoogleraar in Leiden, ziet voor wetenschappelijk verantwoordbare theologie een kans in het postmoderne denkklimaat (zie zijn Boekencentrumessay Een publieke zaak).

Marcel Sarot daarentegen, inmiddels hoogleraar aan de Theologische Faculteit in Utrecht, opteert juist voor een boedelscheiding tussen moderne wetenschap en confessiegebonden theologie (zie zijn boek De goddeloosheid van de wetenschap).

Den Bok beschrijft en vergelijkt hun posities en concludeert dat, ondanks het beroep op de klassieke theologie, de houdbaarheid van hun ontwerpen twijfelachtig wordt door het ontbreken van fundamentele noties die in die theologie te vinden zijn – in feite even twijfelachtig als het postmoderne en moderne denken waarin deze noties óók ontbreken. Zo tekent zich nog een derde ‘Utrechtse’ positie af, die dichter bij de verworvenheden van die traditie blijft.

Voor Den Boks bijdrage ‘Klassieke theologie in verhouding tot (post)moderne wetenschap: een kleine peiling’, zie nummer 61 van genoemd Bulletin (p. 12-20; het is jammer dat in dit nr een voorlaatste versie van het artikel gepubliceerd is, de redactie heeft de auteur voor deze oneffenheid haar excuses aangeboden).

Een digitale versie van het artikel is hier ook te downloaden: Klassieke theologie in verhouding tot (post)moderne wetenschap: een kleine peiling – Nico den Bok.

Rowan Williams

De anglicaanse aartsbisschop Rowan Williams heeft in de loop der jaren diverse artikelen laten verschijnen waarin hij in gesprek is met moderne en postmoderne denkers. Deze artikelen zijn nu gebundeld en gepubliceerd onder de titel Wrestling with Angels.

Voor internettijdschrift Ars Disputandi is Nico den Bok gevraagd deze bundel te recenseren. De recensie groeide uit tot een kritisch gesprek waarin Den Bok vaststelt dat Williams, die de moderniteit in sommige moderne denkers (waaronder Hegel en Simone Weil) bekritiseert, zelf op belangrijke punten ook in (post)moderne veronderstellingen verstrikt blijkt.

De redelijkheid van het theologische denken wordt door Den Bok aan de orde gesteld. Hier is met name het Kantiaanse uitgangspunt in het geding, dat beargumenteerde kennis zoals mensen die kunnen bereiken of ontwikkelen, beperkt moet zijn tot het aardse, schepselmatige (en dus over God eigenlijk niets kan zeggen). In de forse, basale tegenstrijdigheden waartoe dit uitgangspunt leidt, blijkt in elk geval de – onredelijkheid ervan. Op een gedeeltelijke uitzondering na (Thomas van Aquino), heeft de hoofdstroom van de klassieke theologie ook niet voor dit uitgangspunt gekozen. Niettemin heeft het de laatste twee eeuwen in filosofie en theologie de allure van een dogma gekregen.

De recensie leest u, door hier te klikken.

‘Schaken met de Grootmeester’

Discussie geopend op 19 juni 2008

Deze week is in Woord & Dienst (57/13) een artikel van Guus Labooy gepubliceerd: ‘Schaken met de Grootmeester’.

Dit artikel, met als oorspronkelijke titel ‘Twee oevers verbonden’, is een verslag van een groepsgesprek dat deze winter plaatsvond in de ‘midden orthodoxe’ Bethlehemkerk (Papendrecht) omtrent het boek Ontmoetingen met God van Peter Hendriks. In de gespreksgroep rezen er veel vragen rond het hoofdstuk over het kruis (H4).

Hendriks stelt in dat hoofdstuk dat Jezus niet voor onze zonden is gestorven, maar vanwege. Dit onderscheid riep binnen de gespreksgroep weerstand op. Tegelijk ervoer de groep dat Hendriks veel waardevolle gedachten aanreikte, dus men kon zijn boekje niet zomaar terzijde leggen.

In Woord & Dienst is een verslag van dit gesprek te lezen. Beide standpunten werden daarin met elkaar in gesprek gebracht, het moderne (voor de zonden; Hendriks) en het gereformeerde (vanwege de zonden).

Uiteindelijk bleek inbreng vanuit de klassieke middeleeuwse theologie beide oevers met elkaar te verbinden…

In Woord & Dienst wordt naar deze site verwezen als het gaat om de visie van Anselmus op genoegdoening. Klik daarvoor hier.

Volken verdrijven?

Discussie geopend op 18 februari 2008

Preek van ds Nico den Bok

gehouden in de Tuindorpkerk in Utrecht

16 september 2007

De psalm die we net zongen (Ps 106:16), past het nog wel om die hier in de kerk te zingen? Het is te merken dat we dat al niet vaak doen, de melodie zit er slecht in. De inhoud stuit ons tegen de borst. Israel heeft niet-joodse volken niet omgebracht en daarmee een bevel van God naast zich neergelegd. Daardoor komt Israel ten val. Wat moeten we met zo’n boodschap?

Wij vinden dat je zo niet met mensen of volken kunt omgaan. Je kunt niet zomaar een land innemen dat al door anderen bewoond wordt. Eigenlijk vinden we de stammen van Israël bij het innemen van Kanaän – als zij Gods opdracht niet uitvoeren en de volken die ze daar aantreffen in leven laten – rechtvaardiger dan God. Gelukkig doen ze niet wat Hij hen opdraagt! Voor zover ze wel deden wat hen geboden was, zouden ze daarvoor niet voor het internationale gerechtshof in Den Haag gebracht moeten worden?

Ik vind het vanmorgen uitermate moeilijk vanuit deze tekst tot een verkondiging te komen. Als voorgangers preken we uit de Bijbeltekst, niet uit een ander boek, ook niet uit de krant. Maar hoe kan ik uit een Bijbeltekst preken, die zó ingaat tegen ons geweten? De tekst iets heel anders laten zeggen dan ze naar haar eigen strekking wil zeggen, door de uitleg zo te buigen dat ze voor ons acceptabel wordt, vind ik niet fair. Dan zeg ik liever eerlijk dat ik, al biddend, een bepaalde afstand tot die tekst wil bewaren. Ik zeg dit mede denkend aan al die mensen, ook in onze Tuindorpgemeente, die niet meer hier in de kerk komen: die weggebleven zijn omdat er teveel in de bijbel staat waaraan ze aanstoot namen, omdat ze veel dingen die ze buiten de kerk, bij niet-gelovige of anders-gelovige mensen horen, lovenswaardiger vinden dan wat ze in de bijbel horen. Moeten we hen in elk geval wat betreft de tekst van vanmorgen niet gelijk geven?

Tegelijk zeg ik met volle overtuiging: geef de Bijbeltekst krediet. Dat verdient ze! Laten we de tekst niet te snel van ons afschudden, ook niet waar ze haar nagels in onze huid zet. We hoeven ons niet vast te pinnen op haar letter, maar we moeten de letterlijke betekenis wel stevig aan ons laten trekken, en er niet te snel beeldspraak van maken.

Dat wil ik vanmorgen doen. Ik wil u laten zien wat de tekst mij heeft laten zien toen ik, tegen mijn aanvankelijke moeite in, me toch zoveel mogelijk heb laten gezeggen.

U hebt de tekst gehoord. Het lijkt me niet onwaarschijnlijk dat u de sterke indruk kreeg, dat het hier om een straf van God gaat. Is het niet Gods straf dat het met Israel verkeerd gaat wanneer het de volken in Kanaän niet verdrijft? Israel gehoorzaamt immers God niet, daarom vergeldt God dit aan Israel. Maar dat blijkt bij nader toezien toch te eenvoudig gezegd. Het feit dat Israel, wanneer het de volken in haar midden laat bestaan, na verloop van enige tijd aan die volken overgeleverd wordt, dat is in de eerste plaats iets dat Israël zelf doet. Door zijn eigen handelwijze vervalt Israel aan die volken. Want wat doet Israël als het niet verdrijft? Dan komt het tot twee andere dingen: onderdrukking, en aanpassing. Rechters laat met allerlei verhalen zien, dat Israël steeds weer het ene of het andere doet (of beide tegelijk).

De ene mogelijkheid is dus, dat Israel de overgebleven volken gaat domineren op politiek of economisch terrein. Het kan ook haast niet anders. Het overgebleven volk krijgt een ondergeschikte positie en raakt daardoor gemakkelijk gemarginaliseerd. Daar hoeft niet noodzakelijk militair geweld aan te pas te komen; door sociaal-economische verschillen ontstaat dit verschil er vaak ook al. De kanaänieten beginnen herendiensten te verrichten voor de israëlieten: ze krijgen in de nieuwe samenleving de mindere baantjes, het vuilere werk. Omgekeerd krijgen de israelieten een machtspositie. Daardoor kunnen ze zich ook hoger en beter gaan voelen dan het ‘vreemde’ volk. God is duidelijk met Israel en niet met die ander, toch? Dat is het ene mogelijke gevolg: een bepaalde overheersing van de ander al dan niet gepaard met een zekere zelfverheffing.

De andere mogelijkheid is, dat Israel zich aan de gewoonten, gebruiken en overtuigingen van het overgebleven volk gaat aanpassen. Zijn die eigenlijk wel zo slecht, waarom zou je hen allemaal uitbannen? Ook dit is haast niet te vermijden. Al was het maar omdat israëlitische mannen verliefd worden op kanaänitische vrouwen en willen trouwen; dan moet je je geliefde toch ook in haar godsdienst, haar denken en doen respecteren? Waar volken samenleven ontstaat er gemakkelijk een zekere vermenging, op allerlei terrein: politiek, economisch, religieus. Israel neemt gebruiken en ideeën van het overgebleven volk over.

Er zou nog een derde mogelijkheid genoemd kunnen worden: naast elkaar leven in wederzijds isolement. Je bouwt letterlijk of figuurlijk een muur tussen jouw volk en het andere volk. Zo’n isolement is moeilijk vol te houden, al zijn er verbazingwekkende uitzonderingen op deze regel. Ook Israel heeft dat gedaan, maar dan gleed het toch vaak terug in de eerste of tweede vorm van omgaan met het volk dat in zijn midden was blijven wonen.

Het boek Rechters zegt ons: kijk goed naar deze mogelijkheden, zo gaat het vaak. Dan zult u zeggen: oké, maar wat dan nog? Wat is het punt dat Rechters met deze levenservaring wil maken? Dat in al deze gevallen de gewoonten en religie van het oorspronkelijke volk een ongunstige impact krijgen op Israel. De overtuigingen en praktijken van de Kanaänieten gaan Israël behoorlijk bepalen, niet alleen wanneer Israel zich als heersende groep van die overtuigingen en praktijken distantieert, maar ook wanneer Israel door vermenging die overtuigingen en praktijken in meer of mindere mate gaat volgen. Of Israel gaat de eigen gewoonten hooghouden door andere weg te drukken (en dan krijgt ook dat hooghouden een bijsmaak), of Israel neemt vreemde gewoonten en gedachten over (en dan weet het na enige tijd ook niet meer goed voor welke manieren van denken en doen ze eigenlijk zou moeten staan).

Maar waarom is dat een ongunstige impact? zult u vragen. Dat hoeft toch helemaal niet? Volken kunnen van elkaar leren! Deze negatieve beoordeling bij Rechters heeft alles te maken met God. Want wat doet Hij als deze dingen gebeuren? In het boek Rechters doet God vooral twee dingen. Allereerst, Hij laat ze gebeuren. Hij laat Israel begaan, zodat het krijgt wat het wil. En precies dat keert op een gegeven moment zijn achterkant naar voren. U kunt het waarschijnlijk inmiddels uittekenen: Als Israël boven het andere volk gaat staan, verhardt het zijn eigen identiteit, en als het met dat volk meegaat, verliest het zijn identiteit. In beide gevallen zijn de kosten voor Israel zelf hoog.

Toch is God meer dan passief. Het tweede wat Hij doet – u hebt het in de schriftlezing kunnen horen – is kwaad worden. Hij ontsteekt in woede. Waarom toch? Omdat God een belang in Israëls ontwikkeling heeft. Door op die twee of drie manieren met het niet verdreven volk om te gaan maakt Israel iets stuk dat God met zijn volk aan het opbouwen is. God is bezig Israel als volk een identiteit te geven waar Hij plezier in heeft, Hij probeert Israel de Thora te leren langs de weg van een meer persoonlijke omgang. God wil iets opbouwen met zijn volk, en alles wat met deze opbouw niet strookt is daarvoor een storende factor. Met zijn woede beschermt God zijn investering. De invloed van andere volken is ongunstig als het deze investering schaadt. God wil dat wij als zijn volk meer gaan leven zoals Hij dat wil, in het vertrouwen dat zo ook onze menselijkheid het best bewaakt wordt. Hiermee gaat het gauw mis als die Thora toch weer door andere, daar niet bij passende gebruiken verwatert, of als de Thora anderen wordt opgelegd of voorgeschreven vanuit een zekere superieure eigen positie.

Het zal ons niet moeilijk vallen om hierin als westerse, moderne mensen veel in te herkennen, denk ik, hoezeer de tekst uit Rechters ons aanvankelijk ook tegen de borst stuitte. Met deze herkenning brengt de tekst ons ook bij een aantal eigentijdse Nederlandse problemen. Ook wij geven niet graag onze eigen gewoonten en overtuigingen op. Moeten we dan toch openstaan voor een ‘islamisering’ van ons land in de nabije toekomst? We hebben liever dat de moslims in ons midden zich aan ons aanpassen! En is het ook bij ons niet zo gegaan, dat zij een minderheidsgroep waren die het mindere werk voor ons deden (velen zijn indertijd via gastarbeid hierheen gekomen), en dat wij, met onze christelijke of althans westerse normen en waarden voor hen tegelijk de rijkeren, de machthebbers zijn? Of nog veel dichter bij huis: als onze eigen kinderen ons niet meer kunnen volgen op onze gang naar de kerk, of als ze vallen voor een ongelovige vrouw of moslimman – wat doe je dan als ouders? Het is hier niet de plaats of tijd om deze concrete vragen te bespreken; maar wel, om vanuit de Bijbeltekst te erkennen, dat ook wij met de keerzijde van het niet-verdrijven te maken hebben.

Laat ik de boodschap uit het boek Rechters nog een keer in eigentijdse taal zeggen. De oproep om te verdrijven wil vooral twee dingen voorkomen: repressie en assimilatie. Dat is toch wel iets om op door te denken. God verlangt dat wij zijn wil leren, en dat wij erop leren vertrouwen dat wat Hij wil waar en goed, juist ook voor ons mensen. Maar dit leerproces zal stokken of kan zelfs stranden als dat wat Hij ons leert – en wat op zich goed is, beter dan we aan denken en doen hadden – een drukmiddel wordt, politiek of moreel, waarmee we anderen (en onszelf) de betere gedachten en gewoonten afdwingen, òf als we dat wat Hij ons leert compromitteren door gedachten of gewoonten in huis te halen die er niet mee stroken.

De schriftlezing uit Rechters laat daarbij nog zien, dat de oudere generatie gemakkelijker tot het eerste, de jongere tot het tweede komt. Begrijpelijk: jongeren groeien op in de omgeving met het andere volk. Als protestanten zaten we tot veertig jaar geleden meer in de hoek van de eerste manier van omgaan: isoleren, domineren. In de laatste decennia zijn we binnen de PKN in meerderheid naar de andere hoek geschoven: aanpassen.

Gemeente, wij worden, met Israël, opgeroepen een heilig volk te zijn. Maar als we in het naleven van deze roeping inderdaad dwingend òf halfslachtig zijn, worden we onheilig. Rechters laat zien, dat het volk van God in de praktijk steeds weer afglijdt naar deze twee gemakkelijker wegen van omgaan met andere mensen: overheersing of aanpassing. Op deze wijze maakt Israel in feite haar uittocht teniet. Daarmee rijdt Israel haar eigen verkiezing te midden van de volken in de wielen, en zodoende uiteindelijk ook Gods plan met die volken zelf. Zowel overheersing als vermenging verstrikken Gods volk in onheilzame bindingen aan de volken in haar omgeving.

Ik besef dat ook nu, na deze uitleg, nog een kern van onze moeite met de tekst blijft staan. Is er geen andere manier dan verdrijven (laat staan: uitroeien!) om overheersen of aanpassen te vermijden? Vanmorgen wil ik allereerst een opening bieden om opnieuw naar Rechters te luisteren, tegen onze weerstand in. Omdat Israël niet wilde verdrijven, raakte het verstrikt. Daar zit toch veel praktische wijsheid in. Laat ik die tot slot nog heel even van de andere kant bekijken, zoals Rechters dat ook doet: Stel dat je wèl verdrijft. Dat biedt ons ook de beste blik op datgene wat nodig is als we niet willen overheersen of aanpassen en toch niet verdrijven.

Wat jij verdrijft, kan jou niet langer verleiden tot onderdrukking of aanpassing. Het is dan uit jouw leven weg. Daar stuurt God op aan: een bestaan waar geen kwalijke ideeën of praktijken meer voorkomen. Maar in het leven zoals wij dat kennen kan deze afwezigheid nog bedrieglijk zijn. Want als je zonder verleidingen (‘beschermd’) opgroeit, en dan toch met kwalijke handelwijzen en gedachten in aanraking komt, moet nog blijken hoe sterk je inmiddels geworteld bent in de betere handelwijzen en overtuigingen die God je heeft willen leren. Dan moet allereerst nog blijken of je hier kwalijk van goed kunt onderscheiden! Gods doel is bereikt als jij zo sterk in je schoenen staat, dat je anderen in je omgeving kan laten komen zonder dat dit jou afhaalt van wat God met jou wil opbouwen, dus zonder dat het jou verleidt tot overheersing of aanpassing. Maar dan is meteen het belang van de boodschap van Rechters duidelijk: Tot die tijd is een vorm of mate van uitbannen geboden. Tot die tijd kun je als mens van God niet echt tot een zegen voor andere mensen worden. Tot die tijd zal het ook nodig zijn om je zo nu en dan te late beproeven, zegt Rechters – juist de aanwezigheid van die anderen stelt je op de proef. Om zout der aarde te zijn zul je eerst zout moeten zijn.